Vincent van Gogh gebruikte, net als Rembrandt van Rijn, zijn eigen gezicht als onderzoeksmateriaal in zijn schilderijen en tekeningen. Zo kon hij experimenteren met gebaren, gemoedstoestanden vorm, licht en schaduwen. In een brief aan zijn broer Theo schreef hij: ‘Ze zeggen – en dat geloof ik heel graag, dat het moeilijk is jezelf te kennen, maar het is evenmin eenvoudig jezelf te schilderen.’ Beeldend kunstenaar Mark Manders (1968) werkt al sinds het begin van zijn loopbaan aan wat hij een ‘Zelfportret als gebouw’ noemt. Het is geen zelfportret in de traditie van Van Gogh en Rembrandt maar een heel nieuwe kijk op het zelf in de kunst. Hij neemt ons in zijn tentoonstelling Mindstudy in Museum voorlinden, die nog tot 18 januari 2026 is te zien, mee in een duizelingwekkende wereld van objecten, sculpturen, tekeningen en schilderijen.
Mark Manders – Landschappen (overzicht)
We dwalen mee in zijn brein dat raakt aan zijn eigen leven maar ook weer niet helemaal. Manders: ‘Of ik het nu wil of niet, mijn werk is één grote machine, een hele grote vertaalmachine die beelden genereert. Ik heb het geluk dat ik van het begin af aan heb kunnen beginnen met waar ik nog steeds mee bezig ben. Ik noem mijn werk wel ‘Zelfportret als gebouw’, maar het gaat helemaal niet over mij, maar over wat je als mens allemaal kan denken’. Manders gebruikt objecten en beelden die iets te maken hebben met zijn leven en belevingswereld maar ons als beschouwer vooral aanspoort zelf te waarnemen en te associëren.
Het innerlijk wordt vaak omschreven als een ruimte. In mijn werk als geestelijk verzorger gebruik ik, net als veel collega’s, soms de term ‘innerlijke ruimte’. Het is een situatie waarin iemand zich kan verhouden tot wat er in je eigen leven speelt. Eenvoudig gezegd, als je geestelijke binnenruimte te vol staat zie je niet meer wat van belang en betekenis is voor jezelf. Het heeft raakvlakken met iets dat veel mensen wel eens zeggen: ‘ruimte in je hoofd maken’. Ik moet ook aan andere ruimtelijke metaforen denken als onderdeel van het zelf zoals de ‘bovenkamer’, ‘denkruimte’ of het begrip ‘tussen de oren’.
“Het huis is onze plek op aarde. Het is… onze eerste wereld.”, schrijft de Franse filosoof Gaston Bachelard in La Poétique de l’Espace uit 1957. Het huis vormt volgens hem de basisstructuur van onze gevoelswereld. De eerste ervaringen van binnen en buiten, licht en donker, veiligheid en kwetsbaarheid worden in het huis gevormd en blijven als psychische patronen in ons aanwezig. Herinneringen zijn volgens Bachelard ruimtelijk georganiseerd. We herinneren niet alleen gebeurtenissen, maar ook kamers, hoeken of lichtval. Het zelf is dus niet alleen een verhaal in de tijd, maar ook een verhaal dat zich in de ruimte ontvouwt en sterk is doordrongen van lichamelijke ervaringen. Geuren, kleuren van vroeger raken vervlochten met andere herinneringen en ervaringen in het nu. Je weet niet altijd waar ze vandaan komen en met welke betekenissen ze zijn verbonden. En zo loop ik zelf ook een beetje rond in het werk van Manders, zoekend naar aanknopingspunten en herkenning.
Mark Manders – Landschappen (detail)
De immense objecten in het museum zijn zorgvuldig opgesteld in verschillende ruimtes die in veel gevallen helemaal worden getransformeerd. Zo zijn er veel ruimtes die worden voorgesteld alsof we in zijn atelier rondlopen. Met veel planken, tafels en kasten, plastic zeil, een grote hoeveelheid schetsen, maquettes, kunstboeken en een heuse werktafel die zo in zijn geheel uit zijn atelier lijkt te zijn gehaald. Twee pakken CSM kristalsuiker staan op de rand. Alleen die staan al voor een hele reeks aan herinneringen en associaties.
Mark Manders – Landschappen (detail)
Mark Manders ziet het gebruik van een veelheid aan dingen als een taal, een grammatica Manders: “Sinds 1986 werk ik aan een ruimtelijk, driedimensionaal boek,. Ik schrijf niet met woorden, maar met objecten en kamers waarin je kunt rondlopen en die met elkaar verbonden zijn.” Ze zijn onderdeel van een open verhaal waar geen begin en een echt eind is. Er zijn ook geen grenzen bepaald. Manders: “Als je spreekt over wanneer mijn werk af is…ik ben een gebouw aan het maken, het is eigenlijk elk moment af, het is pas echt af als ik dood ben.” Het Zelfportret als gebouw is inmiddels in delen verspreid over de wereld in verschillende collecties terecht gekomen. In een interview met het kunsttijdschrift Metropolis M zei Manders daarover: “In de periode na de academie heb ik gewacht met het verkopen van werk omdat ik niet wist of ik het wel kwijt wilde. Op een gegeven moment heb ik besloten dat het toch fijn is als het in museumcollecties kwam. Maar dat betekent wel dat het realiseren van het gebouw praktisch onmogelijk is. Het werk is verspreid over de wereld.” Manders verduidelijkt in een ander interview hoe hij kijkt naar zijn zelfportret: “Al mijn werk speelt zich eigenlijk binnen af. Het liefst van al zou ik de hele wereld naar binnen willen halen. Als je op een bepaalde manier naar dingen kijkt, zit overal poëzie in’.
Mark Manders – Composition with four yellow verticals (2017-2019), beschilderd brons, metaal, hout.
Het werk Composition with four yellow verticals is een immense beeldengroep van vier bustes die op klei lijken. De gezichten van de figuren zijn strak en de ogen gesloten. Goudgele balken komen uit het rechterdeel van het gezicht naar voren dwars door het rechteroog. Manders ziet zijn werk als ‘vastgezette gedachten’ en zo lijken de balken ook te functioneren, als stutwerk. Ik denk opeens aan de moeheid die je soms kunt voelen en dat je ogen denkbeeldig opengehouden moeten worden door ‘luciferstokjes’. Het motief van planken en balken in de gezichten komt vaak voor in het werk van Manders. Ze brengen iets van psychische spanning aan in het hoofd. Indrukwekkend wordt het werk als ik me realiseer dat de klei geen klei is maar geschilderd brons. Ze staan op houten planken die door zwartmetalen balken en poten overeind worden gehouden. Alles lijkt hier tijdelijk en onaf. De ruimte wordt omringd door plasticfolie. In de prachtige interviewreeks Hollandse meesters zien we Manders door zijn atelier lopen waar verschillende compartimenten met beelden te zien zijn, omzoomd door plasticfolie, als kwetsbare tijdelijke wanden. Dat zien we letterlijk terug in de tentoonstelling.
Mark Manders – Dry clay head (2025-2016), beschilderd brons.
In Dry Cay Head uit 2015 zien we een enorm gezicht schuin op de grond liggen. Ook hier weer in wit geschilderd brons. De ‘klei’ is gebarsten. We zitten ook hier in een beeld van een maakproces. Het lijkt alsof het doormidden is gesneden. Het zichtbare oog van dit mensfiguur is gesloten. Onder het hoofd zien we een grote homp vormeloze klei. Het hoofd wordt vastgeklonken met een zwartstalen kabel aan de vloer. In mijn ervaring ontstaat er een stille, naar binnen gekeerde ruimte waar we geen toegang toe hebben maar die heel aanwezig is.
Mark Manders – Unfired clay head (2011-2015)
Overal in de tentoonstelling is er het gevoel van een tijdelijke en veranderlijke situatie. De plastic folie op de grond en de folie als wand suggereren momenten in een beweeglijk proces. De folie wordt ook gebruikt als afscherming van kleibeelden, alsof ze niet mogen uitdrogen tijdens het maakproces. Er zijn schragen en provisorische tafels zichtbaar. Metalen voeten en palen houden de wanden van folie overeind. Zwartmetalen klemmen houden houten planken vast die er uit zien als een tijdelijke opslag, bijna klaar voor vervoer. In Unfired Clay Head staat een ‘plakje gezicht’ tussen geschilderde panelen die er uit zien als hout. Het beeld staat op iets dat sprekend op de welbekende workmate lijkt, maar dan in zwart geschilderd ijzer. Die workmate komt ook elders weer terug. Niets staat vast, het kan ook nog anders.
Mark Manders – Monument (2024-2025), beschilderd brons.
Het stille, contemplatieve karakter komt ook terug in het indrukwekkende beeld Monument dat een hoofd van een vrouw laat zien. Het is bij de hals omwikkeld met een soort verband. Hompen klei worden tegen het strottenhoofd gedrukt. Het beeld oogt rustig, bijna sereen. De ouders van Manders hebben een kind verloren een paar dagen na de geboorte. Er over praten deed je toen niet, geeft hij aan. Hij beschouwt dit werk als een monument voor iedereen die te maken heeft met het stille verdriet van het verlies. Head with falling earring en Night Scene raken ook aan het verlies van een kind. Manders noemt ze een soort schreeuw van Edvard Munch ‘maar dan verschrikkelijk stil’.
Mark Manders – Head with Falling Earring (2025), Night scene (2020-2025), beschilderd brons.
Mark Manders – Clay figure with thin white rope (2013-2018)
In het werk van Manders is een grote hoeveelheid huisraad te vinden. In Clay figure with thin white rope zien we een vrouwelijk ogend mensfiguur van klei dat ongemakkelijk op de hiel van een gestrekt been op grond rust en overeind wordt gehouden door witte draden. Het andere been ontbreekt. Dat lijkt uit de klei te zijn getrokken als je dichterbij komt. De schouders rusten op een keukenstoel, model jaren zestig. Op de achtergrond is een dressoir te zien met daarop kleine versies van andere sculpturen van Manders. Op de romp van de figuur zijn linnen lappen te zien. Ook op het been is een lange lap zichtbaar. Hier toont zich het fragiele van de mens.
Mark Manders – My bed (1992-2024)
In My bed bestaat de helft van het bed uit stapels boeken, tekeningen, een maquette van een ruimte en foto’s van zijn werk dat elders in de tentoonstelling is te zien. Ook hier ligt plastic folie overheen. Op de rand ligt een kleifiguur, een baby. Een jongetje, Manders zelf denk je gelijk. De ogen zijn dicht en de armen vormen een cirkel voor zijn lichaam. Losse klompjes klei zijn half ingepakt in plastic. Het bed is hier meer dan een meubelstuk, het werkt als een mentale ruimte, een plaats waar denken, dromen en identiteit zich vermengen. Dat wordt nog versterkt door het schilderij van de Italiaanse kunstenaar Giorgio Morandi dat tegenover het bed aan de muur hangt. Morandi heeft een groot deel van zijn leven stillevens geschilderd met de potjes en vaasjes uit zijn atelier als model. Dingen die nooit alleen vaasjes en potjes waren maar altijd ook figuren in de ruimte, als mensen.
Mark Manders – Camouflaged factory (2013 – 2025).
“Ik wilde een fabriek bouwen in een huiskamer. Je haalt zo een woord binnen in de ruimte”, zegt Manders in een interview. De enorme fabrieksschoorsteen in de huiselijke setting van Camouflaged factory werkt vervreemdend. De intieme binnenwereld contrasteert met de industriële buitenwereld waar deze schoorsteen afkomstig is. Tegelijkertijd gebeurt er iets in je denken. Het staat voor activiteit, voor werken en produceren. Plotseling sist en puft het in je hoofd. Het denken staat nooit stil.
Manders zegt in een publicatie van Voorlinden: “Als kunstenaar wil ik zoveel mogelijk gedachten in dode dingen en objecten leggen zodat uiteindelijk anderen, zelfs na mijn dood, een beeld kunnen vormen van wie al deze werken heeft gemaakt. Mijn werk is een feilbare poging om te blijven leven en voortbestaan in zoveel mogelijk hoofden, zelfs na mijn dood. Ik doe dit niet omdat ik mijzelf belangrijk vind, eerder uit dankbaarheid en de fascinatie voor het menselijke denken. Ik ben geïnteresseerd in de kracht en de kwetsbaarheid van ons denken, in dat wij, als denkende wezens, kwetsbaar zijn voor denkfouten, neuroses en ook hoop.”
Het werk van Mark Manders is te zien in de tentoonstelling Mindstudy in Museum Voorlinden in Wassenaar. Zijn werk bevindt zich in grote collecties in binnen- en buitenland, waaronder het MoMa in New York, het Bonnefantenmuseum in Maastricht en het Van Abbemuseum in Eindhoven. Aan het Rokin in Amsterdam staat een grote fontein van Manders.