Menu Sluiten

In de wereld van Ai Weiwei

Ai Weiwei – Bowl of pearls (2006) 100 x 100 x 43 cm. Collectie; Museum Voorlinden.

De geest van de kunstenaar Ai Weiwei hing op 4 februari tijdens de opening van de Olympische winterspelen weer even boven het nationale stadion van Beijing. Weiwei die nauw betrokken is geweest bij het iconische ontwerp van ‘het vogelnest’ voor de zomerspelen van 2008 is in China inmiddels persona non grata geworden vanwege de kritische reflectie die hij in zijn werk al decennia heeft op het Chinese politieke systeem. Het activistische en vaak ook poëtische werk van Ai Weiwei bestaat uit foto’s, documentaires, installaties en sculpturen. De kern van zijn werk is te vinden in de spanning tussen de collectivistische Chinese cultuur versus de ontplooiing van het individu. Daarnaast klinkt er in zijn werk kritiek op de omgang met vluchtelingen, het klimaat en het kapitalisme. In een interview met CNN reflecteert hij op zijn betrokkenheid bij het ontwerpen van het stadion. Hij distantieert zich daar nu krachtig van. Hij had twintig jaar geleden gehoopt dat China een andere weg zou inslaan en hekelt het IOC die weinig weerstand biedt aan de Chinese machthebbers.

Nationale stadion van Beijing (The bird’s nest). Ai Weiwei was betrokken bij het artistieke proces. Foto: Thomas Bächinger

In het jaar van de Olympische zomerspelen in Beijing vond ook de aardbeving in Sichuan plaats. De Chinese overheid censureerde alle informatie over de aardbeving zodat de bevolking geen zicht kreeg op wat er met hun dierbaren was gebeurd. Ai Weiwei begon in de nasleep een burgeractie via zijn blog, schakelde verschillende mensen in en formeerde een onderzoeksgroep. Het leverde een beerput aan leugens, corruptie en bewijzen van ernstige constructiefouten in de bouw op. Hij kreeg het voor elkaar de namen van ruim 5000 overleden leerlingen boven water te krijgen die bedolven waren onder het puin van hun klaslokalen. Weiwei en de leden van zijn groep werden tegengewerkt en geïntimideerd en het verzwijgen van de levens van deze kinderen door de overheid vormen de aanleiding voor een aantal kunstwerken van waaronder het aangrijpende Shouting out uit 2013. In dit audiowerk schreeuwt hij alle 5196 namen van de leerlingen. Als zijn stem het na ruim 2000 namen begeeft nemen zijn werkplaatsassistenten het over. Weiwei zegt over die periode: ‘Als ik me niet bezig had gehouden met die tragedie, zou ik niet de kunstenaar zijn die ik nu ben. Ik kan me niet voorstellen dat ik nog steeds kunst zou maken als ik mijn politieke opvattingen niet zou weerspiegelen.’

Ai Weiwei – Shouting out (2013)

Ai Weiwei wordt in 2011 uiteindelijk zelf gearresteerd en na de 81 dagen durende detentie en het daaropvolgende schimmige proces rond vermeende belastingfraude waar hij zelf niet bij mag zijn en zijn advocaat spoorloos verdwijnt krijgt Weiwei jarenlang huisarrest. Hij wordt steeds meer een van de internationale symbolen van verzet tegen het Chinese regime. Pas in 2015 krijgt hij zijn paspoort terug en vertrekt opnieuw naar het buitenland.

Ai Weiwei – Bowl of pearls (2006) 100 x 100 x 43 cm. Collectie; Museum Voorlinden Wassenaar. Het Bonnefantenmuseum in Maastricht heeft een exemplaar van blauw keramiek. 

In de collectie van Museum Voorlinden bevindt zich Bowl of pearls uit 2006. Het bestaat uit twee enorme turquoise porseleinen kommen van een meter in doorsnede. Van een afstand lijken ze op rijstkommetjes met rijstkorrels. Als je dichterbij komt zie je dat er in plaats van de rijst parels een bergje maken in de kommen. De schoonheid van het beeld roept ook een vorm van hebberigheid op. Je hebt zin om je handen door de kostbare rivierparels heen te halen. De overvloedige rijkdom die de parels uitstralen botsen met het beeld van rijst als volksvoedsel. Het gevoel van rijkdom neemt af naarmate je de hoeveelheid ziet. Het roept de vraag op hoe kostbaar de enkele parel nog is als het onderdeel uitmaakt van een grote berg. Je kan er een subtiele kritiek in lezen op China’s collectivistische dictatuur.

Ai Weiwei – Bowl of pearls (2006), detail.  100 x 100 x 43 cm. Collectie; Museum Voorlinden Wassenaar.
Ai Weiwei – Sunflower seeds (2010) – Beschilderd porselein. Bovenaanzicht. 

In 2010 wordt Sunflower Seeds (Kui Hua Zi) in de enorme Turbine Hall van de Tate Modern in Londen tentoongesteld. Het bestaat uit meer dan 100 miljoen kleine porseleinen zonnebloempitten. Elk zonnebloemzaadje is individueel met de hand gevormd en beschilderd door ambachtslieden in de werkplaatsen uit de stad Jingdezhen dat van oudsher beroemd is vanwege de productie van porselein. Het werk weegt 150 ton terwijl het lijkt alsof de wind het zo mee kan nemen. 

Ai Weiwei – Sunflower seeds (2010) – Beschilderd porselein. Detail.

Voor Weiwei speelt hier opnieuw de spanning tussen de massa en het individu een rol. Elk net van elkaar verschillend zonnebloemzaadje staat voor een individu dat in de massa verdwijnt. Mao Zedong wordt in de Chinese propaganda tijdens zijn bewind vaak voorgesteld als de zon en het volk als een veld zonnebloemen dat zich naar de zon richt. Weiwei koestert ook goede herinneringen aan de zonnebloempitten zei hij in een interview voor Tate modern: ‘In China, toen we opgroeiden, hadden we niets. Maar zelfs voor de armste mensen waren zonnebloempitten een lekkernij, een traktatie.’ Ook het huidige China wordt in het werk weerspiegeld zei Weiwei in 2010: ‘Het is een werk over massaproductie en het herhaaldelijk accumuleren van de kleine inspanning van individuen om een ​​enorm, nutteloos stuk werk te worden. China produceert blindelings voor de eisen van de markt. Mijn werk heeft veel te maken met deze blinde productie van dingen.’

Ai Weiwei wordt in 1957 geboren in Beijing als zoon van de beroemde dichter Ai Qing. Het gezin zucht in de jaren vijftig en zestig onder de repressie van de communistische partij en de Culturele revolutie. Ai Qing was ooit vertrouweling van Mao maar hij werd niet rechtlijnig genoeg bevonden en belandde in een werkkamp. Later wordt hij met zijn gezin naar de kampen van Xinjang gestuurd, de regio waar nu de Oeigoeren worden onderdrukt en massaal in ‘heropvoedingskampen’ terecht komen. In een interview zegt Ai Weiwei: ‘Opgroeien tijdens de Culturele revolutie heeft heel erg bijgedragen aan het feit dat ik kunstenaar ben geworden. Mijn vader moest de wc’s schoonmaken. Echt het meest rottige werk, ook voor de dorpelingen. Elke dag had je dus te maken met dit soort discriminatie, met weggedrukt en gezien worden als een minderwaardig mens. Als ik dat soort mensen ergens zie wil ik altijd gelijk weten hoe dat voelt. Vrijheid van meningsuiting, mensenrechten, het grijpt terug op de strijd die ik, mijn familie, deze hele generatie moest voeren voor die basale rechten. Daardoor begreep ik hoe sterk de stem van een kunstenaar kon zijn.’ In een interview in The Guardian zegt hij: ‘Ik ben nog steeds een Chinees staatsburger, een paspoorthouder. Maar ik heb niet het gevoel dat het mijn vaderland is. Ik spreek Chinees en ik ben een typische Chinees – maar ik heb daar nooit een thuis gehad. In het jaar dat ik werd geboren, werd mijn vader verbannen. Dus mijn verhaal begon zonder thuis, ik werd gewoon weggeduwd naar een heel afgelegen gebied als een soort vijand van de staat.’ Hij heeft zich altijd verbonden gevoeld met het lot van vluchtelingen wereldwijd en maakt in 2017 de documentaire Human flow waarin hij vluchtelingen op verschillende plaatsen in de wereld volgt. In 2019 maakt hij het werk Thin line, een rode lijn van licht dwars door Amsterdam waarin de vraag wordt gesteld naar wat grenzen zijn, hoe ze worden bepaald en door wie.

Ai Weiwei – Grapes (2010),  houten krukken (uit de Qing Dynastie, 1644-1911), 193 x 202 x 191 cm. Collectie: De Pont, Tilburg. Foto: missbng.

Na de dood van Mao wordt het gezin vrijgelaten en gaat Ai Weiwei studeren aan de filmacademie van Beijing. In 1980 vertrekt hij naar New York waar hij voornamelijk wat ontwerpklussen doet en zich vooral bezighoudt met gokken. In de jaren negentig keert hij terug naar China om bij zijn kwetsbare vader te zijn en na zijn overlijden in 1993 blijft Weiwei een tijd in de buurt van zijn moeder wonen. Ai Weiwei ontwikkelt zich na de opstand op het plein van de hemelse vrede in 1989 tot een fervent voorvechter van individuele vrijheid met een scherp oog voor repressie en ongelijkheid.

"If there is one person who is still not free, then I am not; if there is one person who still suffers from insult and humiliation, then I do. Do you understand yet?"

Ai Weiwei in 2009 op Twitter
Ai Weiwei – Dropping a Han Dynasty Urn (1995) – 148 by 121 cm. Foto: rocor

In 1995 maakt hij Dropping a Han Dynasty Urn, een van zijn bekendste werken. Het werk bestaat uit drie grote zwart-witfoto’s waar hij een 2000 jaar oude kostbare vaas kapot laat vallen. Het vernietigen van dit culturele erfgoed komt hem op veel kritiek te staan maar hij vestigt er zijn naam als provocateur en criticaster van het Chinese regime mee. Het werk wil de vernietiging van de traditionele cultuur aan de kaak stellen en Ai Weiwei refereert hier vaak aan de uitspraak van Mao: ’De enige manier om een nieuwe wereld op te bouwen is door de oude te vernietigen.’ Het is een herinnering aan destructie onder het bewind van Mao maar het leest ook als een commentaar op de allesvernietigende bouwwoede in de Chinese binnensteden destijds waardoor veel eeuwenoude wijken het veld hebben moeten ruimen. Ai Weiwei maakt vaak gericht gebruik van traditionele Chinese technieken en ambachtsvormen.

Ai Weiwei – Fairytale – 1001 Chairs (2007) – 23 stoelen (deel) – 1001 stoelen afkomstig uit de Qing-dynastie (1644-1911).

Die aandacht voor traditie is ook terug te vinden in Fairytale – 1001 Chairs waar Weiwei 1001 inwoners van China in 2007 naar de kunsttentoonstelling Documenta in Kassel laat komen. Het is een gebaar waar ontmoeting, verbeelding, gastvrijheid en vermenging van culturen centraal staat. De deelnemers komen uit allerlei delen van het land en uit alle lagen van de bevolking. Ze worden in contact gebracht met inwoners van Kassel en komen samen op traditionele Chinese stoelen afkomstig uit de Qing-dynastie (1644-1911). De verbeelding van de ontmoeting wordt het kunstwerk. Een deel van het werk is te zien in de collectie van Museum Voorlinden in Wassenaar. Het werk weerspiegelt een periode in het leven van de kunstenaar waarin hij hoopte dat China een weg op zou gaan waarin het regime opener zou worden.

Ai Weiwei – Fairytale – 1001 Chairs (2007) – 23 stoelen (deel) – 1001 stoelen afkomstig uit de Qing-dynastie (1644-1911).

In Alcatraz, de voormalige gevangenis op een eiland in de baai van San Francisco, stelt Weiwei in 2014 een groot aantal werken tentoon die speciaal zijn gemaakt voor deze plek. Gevangenschap loopt als een rode draad door zijn persoonlijke geschiedenis en hier maakt hij die ervaring naar gevangenschap en vrijheid tastbaar in de vele ruimtes van de gevangenis. Zo laat hij tientallen portretten van vrijheidsstrijders maken met legoblokjes die worden geproduceerd in China. LEGO reageert meteen als een wesp gestoken en blokkeert een bestelling legoblokjes voor de studio van Weiwei. Ze gebruiken het argument dat het al jaren beleid is bij LEGO om hun producten niet te laten inzetten voor projecten met een politieke agenda. Dat levert vervolgens zoveel publiciteit op dat de blokjes razendsnel via andere kanalen beschikbaar komen.

Ai Weiwei – Blossom (2014), installatie in de voormalige ziekenhuiscellen van Alcatraz, bloemen van wit keramiek.
Ai Weiwei – Blossom (2014), detail, installatie in de voormalige ziekenhuiscellen van Alcatraz, bloemen van wit keramiek.

In Blossom, een ander werk op die locatie zijn duizenden witporseleinen bloemen te zien die in de wasbak, de badkuip en het toilet van een sinistere ziekenhuiscel liggen. Het raakt aan de slogan Laat honderd bloemen bloeien’ die Mao in 1956 gebruikt tijdens een kortstondige periode van openheid en vrijheid waarin hij oproept tot meer kritiek op de autoriteiten. Daar wordt massaal gehoor aan gegeven en criticasters worden alsnog met harde hand vervolgd. De bloemen in het toilet brengen ook het beeld van zijn ploeterende vader in herinnering die louter nog wc’s schoon mag maken onder de gewelddadige repressie die in deze periode ontstond. Weiwei zegt over Blossom: ’De misvatting van totalitarisme is dat vrijheid kan worden opgesloten. Dit is niet het geval. Als je vrijheid inperkt, zal vrijheid op de vlucht slaan en op een vensterbank landen.’

Ai Weiwei – Blossom (2014), detail, installatie in de voormalige ziekenhuiscellen van Alcatraz, bloemen van wit keramiek.

In 2021 publiceerde ai Weiwei zijn memoires in 1000 jaar vreugde en verdriet.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.